|
2* Instructeur (Scuba Instructor level 2 - EN-14413) |
Examen:Het examen 2* Instructeur bestaat uit 2 luiken: 1. Theorie (herexamen voorzien) 2. Zeestage
1ste luik: Theoretisch examen:
A) Toelatingsvoorwaarden: - 1* instructeur zijn sinds 12 maanden op datum van het theoretisch examen. - Medisch en administratief in orde zijn - Ten minste 20 zwembadlessen gegeven hebben sinds het behalen van het brevet 1* instructeur - Voorgesteld worden door zijn voorzitter en duikschoolleider
B) Theoretisch examen: Dit examen veronderstelt een doorgedreven algemene kennis van de volgende onderwerpen: - Administratie - Decompressietechnieken - Fauna en flora - Materiaal - Zeemanschap - Duikorganisatie - Duikgeneeskunde - Duikfysica
2de luik: Zeestage:
A) Toelatingsvoorwaarden: - 25 openwaterduiken geleid hebben, waarvan minstens 10 in zee of de Oosterschelde, sinds het behalen van het brevet 1* Instructeur - 250 duiken en 125 duikuren hebben volbracht, waarvan 80 zeeduiken dieper dan 30 m. - 20 zeeduiken gedaan hebben vanaf een boot, waarvan 10 sinds het behalen van het brevet 1* Instructeur - 50% van de Oosterscheldeduiken worden als zeeduiken aanvaard. - 2 maal als observator deelgenomen hebben aan een theoretisch examen voor AI. - Geslaagd zijn voor het eerste luik
B) Zeestage: De zeestage bestaat uit: 8 zeeduiken met vertrek van een boot: De duikploegen zijn meestal samengesteld uit vier kandidaten en twee juryleden 3* Instructeurs (zowel het aantal duiken als de samenstelling van de ploegen kan veranderen naargelang de noden van de stage).
Een mogelijke taakverdeling tijdens deze duiken is: > 3 maal duikleider; > 2 maal hekkensluiter; > 3 maal begeleider. Dit kan ten allen tijde door de stageleiding veranderd worden.
De algemene beoordeling gaat over: > gedrag in de duik (in de verschillende functies); > briefing (als ploegleider); > debriefing (als ploegleider); > controle van het materiaal (als hekkensluiter); > praktische organisatie van de duik; > de hoger vermelde oefeningen; > de actieve hulpverlening bij duikongevallen aan boord; > redding onder water en aan de oppervlakte; > voor een duikinstructeur nodige praktisch zeemanschap aan boord: knopen, aanmeren, boeien en markeringen… > kameraadschap; > de kwaliteiten als instructeur (autoriteit, doeltreffendheid, duidelijke instructies enz...); > de menselijke contacten. |

|
opleiding |